Nieuws
verkrijging van een rijksmonument
Op 1 mei 2009 heeft het Hof Den Haag geoordeeld dat de monumentenvrijstelling voor de overdrachtsbelasting (artikel 15, lid 1, sub p Wet belastingen van rechtsverkeer) ook geldt voor verkrijgingen van een rijksmonument door natuurlijke personen en dus niet alleen voor verkrijgingen van een rijksmonument door rechtspersonen die hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel hebben.
Thans keurt de staatssecretaris bij besluit goed dat de verkrijging van een rijksmonument is vrijgesteld van overdrachtsbelasting ongeacht of het monument wordt verkregen door een natuurlijk of een rechtspersoon. De voor een rechtspersoon geldende voorwaarde dat deze hoofdzakelijk de instandhouding van monumenten ten doel heeft, komt bij deze te vervallen. Deze goedkeuring geldt met terugwerkende kracht tot en met 1 mei 2009.
Kort gezegd houdt dit in dat door het besluit van de staatssecretaris de aankoop en levering van een rijksmonument geheel is vrijgesteld van overdrachtsbelasting.
Zie besluit: Ministerie van Financiën 10 juni 2009, nr CPP2009/1076M
Per 1 januari 2010 geldt er GEEN vrijstelling voor de overdrachtsbelasting meer voor het verkrijgen van een monument.