Veel ouders maken een langstlevende testament. Hierdoor moeten de kinderen wachten op hun erfdeel tot de langstlevende er ook niet meer is.
Er zijn diverse mogelijkheden om een langstlevende testament te maken. Maar doorgaans is het zo dat, nadat de eerste ouder is overleden, de kinderen hun erfdeel niet uitbetaald krijgen, maar een vordering houden op de langstlevende ouder. Dit kan natuurlijk ook een stiefouder zijn.

Om in de jaren die nog volgen na het overlijden van de eerste ouder, maar met name bij het overlijden van de tweede ouder, precies te weten hoeveel de langstlevende schuldig is aan de kinderen, is het zinvol om een akte te maken waarin de vorderingen van de kinderen worden vastgesteld.

Bij het tweede overlijden is dan voor de belastingdienst ook zonneklaar dat over dat bedrag geen erfbelasting meer betaald hoeft te worden. Soms zijn de kinderen van de tweede ouder niet dezelfde zijn als van de eerste ouder. Denk aan samengestelde gezinnen. Dan kan het veel ruzie voorkomen als uit de notariële akte kan worden afgelezen hoeveel aan de kinderen van de eerst overleden ouder moet worden uitbetaald, als de tweede ouder overlijdt.

Om kosten te besparen zien de meeste families af van het maken van een akte waarin de vorderingen van de kinderen worden uitgerekend en vastgesteld. Toch blijkt dat het achteraf terugkijken in de administratie meestal niet mogelijk is, doordat de jaren zijn verstreken en veel is vernietigd. Het jaren later reconstrueren van geldstromen kost meestal veel tijd en geld, als het al lukt om dat zonder al te veel onmin voor elkaar te krijgen. Direct bij overlijden een boedelbeschrijving maken is dan geen kostenpost, maar leidt op lange termijn zelfs tot een besparing.

Bron: Rb. Midden-Nederland 7 juni 2017, nr C/16/421943 / HA ZA 16-627 (RBMNE:2017:2602).