Veel ouders gunnen hun kinderen het beste. Ook als de kinderen trouwen wordt het gezin van de kinderen met alle mogelijke zorg omringd, variërend van financiële bijstand bij de aankoop van een huis tot het oppassen op kleinkinderen.
Regelmatig besluiten ouders schenkingen te doen aan de kinderen, om te helpen, of gewoon om belasting te besparen. Ook al is de aanhang geliefd, toch willen de meeste ouders dat de schenking alleen van hun eigen kind zal blijven. Mocht het huwelijk ooit stranden dan hoeft het kind het van de ouders ontvangen kapitaaltje niet te delen.

Als een stichting grootaandeelhouder is van een BV en een bestuurder van de stichting ook bestuurder van de BV, dan moet dat uit de inschrijving in het handelsregister blijken. Wat nu als iemand anders aanvoert dat hij enig bestuurder is, van zowel stichting als BV, omdat hij ooit door de oprichter tot bestuurder met de functie van voorzitter is benoemd? Uitgangspunt is dat het handelsregister juist, actueel en volledig is. Inschrijving in het handelsregister is alleen mogelijk als de notaris overtuigd is van de juistheid, actualiteit en volledigheid van de gegevens.

Veel samenwoners nemen in hun samenlevingscontract een regeling op voor het geval één van de partners overlijdt, een zogenaamd 'verblijvensbeding'. Alle gemeenschappelijke bezittingen kunnen door dat beding in geval van overlijden bij de langstlevende blijven.

Veel mensen die ooit getrouwd zijn onder huwelijkse voorwaarden, hebben in die akte een afspraak staan dat zij jaarlijks moeten verrekenen, als zij iets overhouden van hun inkomen. Het is algemeen bekend dat bijna niemand die afspraken ook daadwerkelijk uitvoert. Zolang tussen de echtgenoten de rozengeur en maneschijn overheerst is er niks aan de hand, maar als er een echtscheiding opdoemt wordt het periodiek verrekenbeding soms een lelijk struikelblok.

Op 29 januari 2019 treedt er een nieuwe regeling in werking op het gebied van huwelijksvermogensrechtsstelsels, de 'Verordening huwelijksvermogensstelsels' (VHV). Deze verordening geldt voor alle huwelijken die op of na 29 januari 2019 worden gesloten.
In de Verordening is ook een artikel opgenomen waarmee bepaald kan worden wat het toepasselijk recht is als echtgenoten zelf geen rechtskeuze uitbrengen.